The PeNaNa story: Hoe het allemaal begon!
Hoe het allemaal begon…
We schrijven 16 oktober 1982, jaja, dit was voor de hele wereld een ongeluksdag, het is namelijk de dag waarop mijn moeder hemel en aarde samen riep terwijl ze me uit m’n veilig nest perste (waarschijnlijk had ik het er heel goed, want ik was al een dikke week te laat om naar buiten te komen). Voor hen die het niet door hebben, dat ging dus over mijn geboorte!
Op zestien oktober negetienhonderd tweeëntachtig te vijf uur en twintig minuten is geboren te Sint-Niklaas, Hospitaalstraat 17; Jan, zoon van Willy Petus de Smet, rijkswachter, geboren te Sint-Gillis-Waas op zestien november negentienhonderd eenenveertig, en van zijn echtgenote, Helena Nathalia Van Peteghem, zonder beroep, geboren te Belsele op zeven Januari negentienhonderd driënveertig, beiden woonachtig te Sint-Gillis-Waas, Blokstraat 58. De aangifte is gedaan door de vader in bijzijn van Dirtk Bral, 26 jaar, rijkswachter, en Joseph Cornu, 26 jaar, rijkswachter, getuigen gekozen door de aangever. Waarvan akte, na vaststelling, onmiddelijk opgemaakt op achttien oktober negetienhonderd tweeëntachtig te tien uur en zeven minuten.
Ik ben het derde kind van m’n ouders, langs m’n moeders kant ben ik het 43ste kleinkind, langs m’n vaders kant ben ik de 5e. Hoe je het ook bekijkt, ik ben de jongste spruit van mijn generatie in de familie. Mijn jongste zus is 5 dagen minder dan 12 jaar ouder dan me. De oudste zus is er nog 2 jaar ouder…
Veel herinner ik me niet meer van m’n kinderjaren, zal waarschijnlijk komen omdat de hersenen dan nog volop in ontwikkeling zijn… Als ik m’n moeder mag geloven was ik een brave baby, en huilde ik weinig… Als ze toen maar al eens wist wat haar nog verder te wachten stond.
Maar zoals ik reeds zei, veel kan ik je daar niet over vertellen. Ik weet het zelf allemaal niet meer, ik was te druk bezig met op te groeien, en mijn eigen wil te ontwikkelen!
De eerste echte grote gebeurtenis in m’n leven die ik me nog ietwat kan herinneren is de ziekte van m’n moeder, ik denk dat ik 2 jaar was toen bij m’n moeder borstkanker werd vastgesteld. M’n moeder werd geopereerd, m’n vader werkte om de rekeningen te betalen. En mijn zussen gingen naar school, hadden sociale contacten, en zorgden voor mij…
Hierdoor komt het dat ik als kleine snotneus reeds terug te vinden was in het plaatselijke jeugdhuis ‘Den Biel’. Iets wat ik best wel leuk vond, zo als kleine broer van toch wel twee populaire meisjes werd ik her en der verwend met een kleine lekkernij, of werd ik al eens gestimuleerd om eerste domme frats uit te spoken.
Terwijl m’n moeder herstelde van de ingreep en haar nabehandeling maakte ik m’n eerste reis mee. m’n ouders kochten een campingcar, en in de oude subaru trokken we met ons 5 naar Spanje. M’n ouders vooraan, m’n zussen op de achterbank en ik tussen de zetels vooraan en de achterbank.
Na een rit van twee dagen door de zomerse hitte kwammen we aan op de Camping ‘Nautic Almata’ in ‘San Pedro Pescador’. Ik stapte uit, en ging met m’n twee jaar oude beentjes rechtstreeks naar het zwembad waar ik zonder enig idee het diepe water in sprong. Dit was natuurlijk wel heel leuk om te doen, ware het niet dat ik toen nog niet kon zwemmen! M’n oudste zus had me echter zien weggaan, en sprong achter me aan het water in!
Ik weet nog steeds heel goed hoe ik als kleuter ’s zomers steeds met Tanja alle buren hun bloemen ging water geven met onze roze fles van silan (jaja, roos! Toen was het al duidelijk)
toen begon de kleuterschool, onze tuin was een natuurramp op zichzelf, want de gemeente was bezig de tuinen voor de rijkswachters aan het heraanleggen. (ik woonde dus op een Rijkswachtkazerne) het eerste dat ik me herinner van de kleuterschool is dat ik in een foute rij ging staan, en door Kris Kegels brutaal uit de rij werd gestampt! Het was voor mij het begin van een lange lijdensweg.
Veel herinner ik me niet meer van M’n kleuterschool, op een paar dingen na:
Na een jaar kwam Tanja ook op deze kleuterschool, en aangezien het m’n beste vriendin was destijds en we thuis steeds met elkaar speelden, deden we dat ook op school!
Ook kan ik me herrineren dat ik ooit eens te laat was op school, en dit net op een dag dat m’n klas een uitstapje naar ‘god mag weten waarheen’ deed. Ik stond daar in de school en kon niks anders dan huilen. Ik wou terug naar huis, maar werd bij een andere juf gedropt, en mijn eerste herrinering aan angst was een feit.
maar na zo drie jaar te hebben beleeft op de veilige omgeving van de kleuterschool en zuster margriet (die ons allemaal de kriebels gaf, maar toch nadien gezien een schat was) kwam de grote dag, ik moest doorgaan en beginnen aan het zware werk, de lagere school!
Natuurlijk staken m’n ouders me op de gemeentelijke lagere jongensschool in Sint-Gillis-Waas.
Er word vaak gezegd dat je schoolperiode een van de mooiste periodes in je leven is. Wel als dat zo is, dan ben ik hier wel de uitzondering die de regel bevestigd!
Het waren voor mij 6 jaren uit de hel, 6 jaren van gepest worden, zodanig hard dat ik in het 4e leerjaar op studie-uitstap naar de Ardennen mezelf in een afgrond wou gooien, het zou me gelukt zijn, moest meester Eric me niet net op tijd weggetrokken hebben.
Maar in die zes jaar kwam er wel een lichtje in die donkere tunnel: Ik werd nonkel! M’n zus gaf op mijn 9 jaar het leven aan haar eerste dochter: Marjolein.
In het zesde leerjaar ging het een beetje vlotter. Ik weet niet of het was omdat m’n klasgenoten een preek te horen gekregen hadden, of omdat ze gewoon ietwat wijzer waren geworden. Maar ik werd duidelijk minder gepest.
In dit laatste jaar was het gewoonte dat je op sneeuwklassen ging. 10 dagen met de hele klas naar Oostenrijk op skivakantie, het klonk heel leuk, maar toch na 5 jaar van pesterijen wou ik niet meegaan. Op het laatste nippertje, zo ongeveer een week voor het vertrek besloot ik, onder zware aanmoedigingen van alle klasgenoten, leerkrachten en m’n familie om toch maar mee te gaan. Vol goede moed ging ik de bus op. Als het van enkel m’n eigen klas af had gehangen,was er helemaal geen probleem geweest! Ware het niet dat het zesde jaar van de afdeling uit een deelgemeente ook meeging. En daar zaten nog vele ‘pesters’ tussen. Met als gevolg dat ik na een paar dagen terug helemaal in het schuitje zat, en er compleet onderdoorging. Toen we na tien dagen terugkwamen had ik m’n buik vol van het eeuwige gepest en verwijt. En tot nu toe kan ik nog steeds niet het woord ‘jannet’ verdragen. Een jannet, of homo, of hoe ze het ook allemaal noemden kon niet goed zijn, want als ze nog maar dachten dat je dat was werd je overal buiten gehouden. En kon je niks goed doen. Behalve dan om overal de schuld van te krijgen. Maar dat zou me niet meer gebeuren. Ik mocht en ik zou niet zo worden. Ik zou later trouwen, kinderen krijgen, een goede baan hebben en vooral gelukkig zijn.
een paar maand nadien bleek dat ik de lagere school met veel moeite had overleefd, en kreeg ik m’n getuigschrift. Gekwetst, en vernederd door alle jaren van pesterijen was ik blij te kunnen beseffen dat ik nooit of te nimmer meer op die school zou moeten zijn.
En met een goed oog op de toekomst verliet ik de lagere school, en zette ik een stap in het duister…
Op naar het volgende hoofdstuk in m’n leven.
waarom niet:)
Hey Jan,
Ik vind het echt leuk dat je me vermeldt als je beste vriendin!
Echt lief van jou. Het was idd een mooie tijd en ik heb het er tot vandaag nog steeds moeilijk mee met de manier waarop onder andere onze buurkinderen je toen gepest hebben.
Jij was en bent een uniek iemand waaraan ik vroeger veel had en jammer genoeg zien we mekaar niet zoveel meer!
Groetjes
Tanja
We zullen nog ies moeten afspreken he…
het poppenhuis staat nu bij m’n tante!
afspraak daar in de living?